
Elsje in Wonderland
Hooftstuk XI: Wie Heeft de Taartjes Gestolen?
(Alice in Wonderland)
(Chapter XI: Who Stole the Tarts?)
Translation: Marye de Jong (April 9, 1998)
Original: Louis Carroll
| Introduction |
Alice in Wonderland, a classic tale by Louis Carroll, presents some interesting dilemmas to any translators. The main problems that I had to deal with translating the original into Dutch dealt with the character names, play on words and translating reality.
Most of the character names in the book have some type of meaning that goes beyond a literal translation. A translator therefore has to make a decision either to find a completely new name or keep it the same as in the original. The decision that I made was that the names were a vital part of the story, and the meaning behind the names must be kept. Some of the names are literal translations such as White Rabbit to Witte Konijn and March Hare to Maart Haas because I felt the meaning implied in the original was not lost due to the literal translation. Other names have been slightly changed, such as Alice to Elsje, to give to story more of a Dutch feeling. The name for the Madhatter is a direct translation to Bozehoedenmaker, which does not imply the same phrase (mad as a hatter) in Dutch, but does have a very child-like ring to it. The name for the Dormouse has been completely changed to Luimuis, which keeps the important characteristic of the mouses sleepiness.
The word play in the story is an essential part to its meaning. A key area where this is visible is during the Madhatters testimony, especially the play on the word tea and letter T. This, luckily, translated well into Dutch, with some word manipulation through which I was able to preserve the playfulness of this section. In my translation, I worked hard to choose words that conveyed the same rhythm and flow as is evident in the original.
There are also several instances where typical British cultural references are made, which can prove to be difficult to translate. Examples of these are the currency (see page 6), popular nursery rhymes and foods (such as tea, bread and butter, and tarts). In the case of currency and food, I choose to literally translate them because I felt that the meaning would come through in Dutch. In the case of the section of the popular nursery rhyme that appears (see page 5), I choose to provide a modified literal translation that preserves the rhyme, which I considered to be more important than the fact that a Mother Goose rhyme was being used.
These are just some of the problems that I came across while translation Alice in Wonderland. Below is the translation, with the original by Louis Carroll following.
CHAPTER XI |
Wie heeft de Taartjes Gestolen?
De Koning en Koningin van Harten zaten op hun tronen toen ze aankwamen, met een grote verzameling mensen rond om hun heen allerlei sorten kleine vogels en beesten, en ook het hele spel kaarten: de Boer stond voor hun, in ketenen, met een soldaat aan beide kanten om hem te bewaken; en dichtbij de Koning stond het Witte Konijn, met een trompet in een hand, en een rol met perkamenten in de andere. In precies het midden van het hof stond een tafel, met een grote schaal taartjes er op: ze zagen er zo lekker uit, Elsje kreeg er héél veel honger van om er naar te kijken "Ik wou dat ze opschoten met de rechtzaak", dacht ze, "en rondkwamen met de verversingen!" Maar hier bleek geen kans van te zijn; dus begon ze naar alles rond om haar heen te kijken om de tijd door te komen.
Elsje was nog nooit in een hof van justitie geweest, maar ze had er in boeken over gelezen, en was zeer verheugd om uit te vinden dat ze de namen wist van bijna alles wat ze daar vond. "Dat is de rechter," zei ze tegen zichself, "vanwege zijn grote pruik."
De rechter, russen haakjes, was de Koning; en, omdat hij zijn kroon droeg over zijn pruik (kijk maar naar de voorgevel als je will zien hoe die dat deed), zag hij er helemaal niet gemakkelijk uit, en het was zeker niet passend.
"En dat is de bank der gezworenen," dacht ze; "en die twaalf beesten," (ze was verplicht on beesten te zegen, zie je, omdat somige dieren waren, en andere vogels), "Ik vermoed dat ze de gezworenen zijn." Ze zei dit laatste woord twee of drie maal tegen zichzelf, ze was er zeer trots op: ze dacht, met rechtmaat, dat zeer weinig kleine meisjes van haar leeftijd de betekenis van dit wisten. Echter, was "juryleden" net zo goed geweest.
De twaalf gezworenen waren allemaal druk aan het schrijven op hun leitjes. "Wat zijn ze aan het doen?" fluisterde Elsje aan de Gryphon. "Ze kunnen nog niets hebben om op te schrijven, voordat de rechtzaak begonnen is."
"Ze schrijven hun namen op," de Gryphon fluisterde terug als antwoord, "omdat ze bang zijn dat ze het vergeten voor het einde van de rechtzaak."
"Domme dingen!" begon Elsje in een luide verontwaardige stem; maar ze stopte zichzelf haastig, want het Witte Konijn roepte uit, "Stilte in het gerechtshof!" en de Koning deed zijn bril op en keek angstwekkend rond, om te kijken wie er aan het praten was.
Elsje kon zien, net zo goed als of ze over hun schouders aan het kijken was, dat alle gezworenen "Domme dingen" op hun leitjes aan het schrijven waren, en ze kon zelfs zien dat een van hun niet eens wist hoe ze domme moest schrijven, en moest aan zijn buurman vragen om het hem te vertellen. "Hun leitjes zullen een mooie warboel zijn, voordat de rechtzaak over is!" dacht Elsje.
Een van de gezworenen had een potlood die piepte. Dit, kon Elsje natuurlijk niet uit staan, en ze ging rond de zaal en stond achter hem, en vond snel een gelegenheid om het weg te nemen. Ze deed dat zo snel dat de arme kleine gezworenen (het was Wim, de hagedis) niet wist wat er mee gebeurd was; dus, nadat hij er overall voor gezocht had, moest hij voor de rest van de dag met een van zijn fingers schrijven; en dit was helemaal nutteloos, omdat het geen teken achterliet op het leitje.
"Aankondiger, lees de beschuldigingen!" zei de Koning.
Met dit blies het Witte Konijn drie keer op zijn trompet, en ontrolde de perkamenten lijst and las het volgende: --
"The Koningin van Harten, ze maakte wat taartjes,
Allemaal op een zomer dag:
The Boer van Harten, hij stool die taartjes
En nam ze weg alsof dat mag!"
"Kies jullie uitspraak," zei de Koning aan de gezworenen.
"Nog niet, nog niet!" onderbreekte het Konijn driftig. "Er is nog veel meer te komen voor dat!"
"Roep het eerste getuige, "zei de Koning en het Witte Konijn blies drie stoten op de trompet, en riep uit "Eerste getuige!"
Het eerste getuige was de Bozehoedenmaker. Hij kwam met een theekopje in een hand en een stukje brood-en-boter in de andere. "Vergeef me, uwe Majesteit," begon hij, "omdat ik dit meeneem; maar ik was nog niet klaar met mijn thee toen ik geroepen werd."
"Je had klaar moeten zijn," zei de Koning. "Waarneer was je begonnen?"
De Bozehoedenmaker keek naar de Maart Haas, die hem gevolgd was naar binnen, gearmd met de Luimuis. "De veertiende maart, geloof ik," zei hij.
"De vijftiende," zei de Maart Haas.
"De zestiende," zei de Luimuis.
"Schrijf dat op," zei de Koning tegen de gezworenen; en de gezworenen schreven vurig alledrie de datums op hun leitjes, telde ze toen bij elkaar, en verkleinde het antwoord tot shilling en pence.
"Neem uw hoed af," zei de Koning tegen de Bozehoedenmaker.
"Hij is niet van mij," zei de Bozehoedenmaker.
"Gestolen!" schreeuwde de Koning, en draaide naar de gezworenen, die gelijk een aantekening maakte van het feit.
"Ik houw ze om te verkopen," voegde de Bozehoedenmaker om uit te legen: "Ik heb er geen een van mijn eigen, ik ben een hoedenmaker."
Hier deed de Koningin haar bril op en begon ze hard te kijken naar de Bozehoedenmaker, die direkt bleek en ontrustig werd.
"Geef uw bewijsmiddel," zei de Koning; "en wees niet zenuwachtig, of ik laat je ontmiddelijk onthoofde."
Dit bleek het getuige helemaal niet te helpen: hij verplaatste zichzelf telkens van de ene voet naar de andere, al kijkend naar de Koningin, en in zijn onzekerheid beet hij een groot stuk uit zijn theekopje in plaats van zijn brood en boter.
Precies op dit moment voelde Elsje een zeldzaam gevoel, wat ze niet gegreep tot dat ze wist wat het was: ze was weer aan het groeien, en ze dacht eerst dat ze op zou staan en de rechtzaal maar verlaten; maar bedacht zich en besloot te blijven waar ze was zo lang er nog ruimte voor haar was.
"Ik wou dat je niet zo drukte," zei de Luimuis, die naast haar zat. "Ik kan bijna geen adem halen."
"Ik kan het niet helpen," zei Elsje heel zachtmoedig: "Ik ben aan het groeien."
"Je hebt geen recht om hier te groeien," zei de Luimuis.
"Praat geen onzin," zei Elsje met meer moed: "Jij bent ook aan het groeien hoor."
"Ja, maar ik groei op een normaal tempo," zei de Luimuis: "niet op zon merkwaardige manier." En hij stond heel pruilend op en kruisde naar de andere kant van de rechtzaal.
Deze hele tijd was de Koningin nog niet opgehouden met staren naar de Bozehoedenmaker, en, net toen de Luimuis de rechtzaal kruisde, zei ze, tegen een van de dienaars van het hof, "Breng mij een lijst met alle zangers van het laatste koncert!" en de armzalige Bozehoedenmaker trilde zo, dat allebei zijn schoenen afschudden.
"Geef uw bewijsmiddel," zei de Koning nog eens boos, "of ik laat je onthoofden, wel of niet zenuwachtig."
"Ik ben een arme man, uwe Majesteit," begon de Bozehoedenmaker, met een trilende stem, "en ik was nog niet begonnen met mijn thee niet meer dan een week of zo en met het brood en boter dat zo dun wordt en de tintelende thee "
"De tintelen van wat?" zei de Koning.
"Het begon met de thee," antwoorde de Hoedemaker.
"Natuurlijk begint tintelen met een T!" zei de Koning scherp. "Neem je me aan voor een domoor? Ga door!"
"Ik ben een arme man," ging de Bozehoedenmaker door, "en de meeste dingen tintelde nadatalleen de Maart Haas zei"
"Helemaal niet!" onderbreekte de Maart Haas heel snel.
"Wel waar!" zei de Bozehoedenmaker.
"Ik ontken het!" zei de Maart Haas.
"Hij ontkent het," zei de Koning: "sla dat stuk maar over."
"Hoe dan ook, de Luimuis zei " de Bozehoedenmaker ging door, al kijkend rond om hem heen om te kijken of hij dat ook zou ontkenen; maar de Luimuis ontkende niets, hij sliep vast.
"Na dat," ging de Bozehoedenmaker verder, "Snee ik nog wat brood en boter"
"Maar wat zei de Luimuis?" vroeg een van de jury leden.
"Dat kan ik me niet meer herinneren," zei de Bozehoedenmaker.
"Dat moet je herinneren," opmerkte de Koning," of ik laat je onthoofden."
De droevige Bozehoedenmaker liet zijn theekopje en brood en boter vallen, en viel neer op een knie. "Ik ben een arme man, uwe Majesteit," begon hij.
"Je bent een hele slechte spreker," zei de Koning.
Hier juichde een van de marmotjes, en was ontmiddelijk bedwongen door een van de dienaats van het hof. (Omdat dat nogal een moeilijk woord is, zal ik even uitlegen hoe dat gedaan was. Ze hadden een grote tas van kanefas, die bovenaan vast ging met touw, hierin stopte ze het marmotje, hooft eerst, en gingen ze er op zitten.)
"Ik ben blij dat ik gezien heb hoe dat gaat," dacht Elsje. "Ik heb zo vaak gelezen in de krant, aan het einde van rechtzaken, Er waren pogingen op applaus, maar dat was ontmiddelijk bedwongen door de dienaars van het hof," en ik wist nooit wat het betekende tot nu."
"Als dat alles is waar je over weet, mag naar beneden stappen," ging de Koning verder.
"Ik kan niet lager gaan," zei de Bozehoedenmaker: "Zoals het nu is ben ik al op de grond."
"Dan mag je gaan zitten," antwoorde de Koning.
Hier juichde de andere marmot, en was bedwongen.
"Nou, dat is het einde van de marmotjes!" dacht Elsje. "Nu gaat het vast beter."
"Ik ga liever door met mijn thee," zei de Bozehoedenmaker, met een zenuwachtig blik naar de Koningin, die de lijst met zangers aan het lezen was.
"Je mag gaan," zei de Koning, en de Bozehoedenmaker verliet het hof snel, zonder te stoppen om zijn schoenen aan te doen.
"en onthoofd hem maar buiten," voegde de Koningin aan tegen een van de dienaars; maar de Bozehoedenmaker was uit het zicht verdwenen voor dat een van de dienaars naar de deur kon komen.
"Roep het volgende getuigen!" zei de Koning.
Het volgende getuige was de kok van de Hertogin. Ze droeg de peper-doos in haar hand, en Elsje raade wie het was, al voordat ze in het hof was, door de manier waarop alle mensen bij de deur tegelijkertijd niezde.
"Geef uw bewijsmiddel," zei de Koning.
"t zal niet," zei de kok.
De Koning keek zenuwachtig naar het Witte Konijn, die zei, in een lage stem, "Uwe Majesteit moet deze getuige een kruisverhoor geven."
"Nou, als ik moet, dan moet ik," zei de Koning met een zwaarmoedige lucht, en, nadat hij zijn armen gevouwen had en fronsde naar de kok totdat zijn ogen bijna niet meer te zien waren, zei hij, in een diepe stem, "Wat zit er in de taartjes?"
"Peper, voor het grootste deel," zei de kok.
"Stroop," zei een luie stem achter haar.
"Doe een halsband om die Luimuis!" schreeuwde de Koningin. "Onthoofd dat Luimuis! Haal dat Luimuis uit het hof! Bedwing hem! Knijp hem! Haal zijn snor er af!"
Voor een paar minuten was het hele hof in verwarring, met het uithalen van de Luimuis, en, bij de tijd dat iedereen rustug was, was de kok verdwenen.
"Geeft niet!" zei de Koning, met een zucht van opluchting. "Roep het volgende getuige." En, voegde hij aan, in een gedempte toon tegen de Koningin, "Echt, mijn lieveling, jij moet deze keer voor het volgende getuigen het kruisverhoor geven. Mijn voorhoofd gaat er zeer van doen!"
Elsje keek toe terwijl het Witte Konijn frommelde met zijn lijst, en was heel nieuwschierig om te zien wie het volgende getuigen was, "omdat ze nog niet zo veel bewijsmiddel gegeven hebben," zei ze tegen zichzelf. Stell je voor haar verrassing, toen het Witte Konijn voorlas, zo hard als zijn schrille stem kon, de naam "Elsje!"